Na een paar weken lang niet verder te zijn gekomen dan de deur ben ik op de dag dat ik mijn vorige column schreef dan eindelijk naar binnen gegaan. Werd ik in eerste instantie tegengehouden door het hemeltergende gejammer en geschrei dat vanuit openstaande ramen te horen was (of door de bewaking), op een dag ben ik echter gewoon doorgelopen en me bij mijn afdeling gemeld.
Op de afdeling zou ik als eerste met mijn baas kennismaken, deze was namelijk nog nooit door mij ontmoet omdat deze baan via het CWI is geregeld. Zo'n kennismakings gesprek bestaat uit het wederzijds stellen van persoonlijke vragen, wélke vragen dat zijn luistert nogal nauw heb ik ontdekt maar daarover later meer. Na de wederzijdse vriendschappelijke woorden en aanrakingen op de daarvoor bestemde plekken van het lichaam volgde een verhaal over het bedrijf, hoe het heet en wat het doet en wat mijn taak is. Dit alles is echter geheel langs me heen gegaan vanwege desinteresse. De naam was echter iets met 'BV' of 'NV' dus als iemand de naam noemt zal ik 'm zeker herkennen.
Na deze kennismaking werd ik door een collega naar mijn werkplaats gebracht terwijl hij me van alles vertelde over mijn baan. Ik heb er in ieder geval van opgevangen dat ik een functie heb als 'FTE', wat vrij belangrijk schijnt te zijn, maar het schijnt wel het eerste te zijn waar ze op bezuiniging als het slecht gaat. Dus dat biedt vooruitzichten. Mijn werkplaats is een rechthoekig bureau met een computer, een telefoon en een ingelijste foto van een man met een snor. Mijn collega wilde 'm weghalen - de foto schijnt van mijn voorganger te zijn - maar ik heb gevraagd 'm te laten staan, toch een mooie foto. Misschien doe ik er wel een foto van mezelf in als de snor gaat vervelen.
Een ronde door het kantoor. Kennismaken met de rest van de collega's. In een half uur tijd heb ik de handen mogen schudden van de gebruikelijke types; de gangmaker, de slijmer, de meeloper, de werker, de dromer en het slachtoffer. Een eerste blik op de slijmer 'Henk', als dat zijn echte naam is, vertelde me dat ik mijn vijand ontmoet had. En het ergste is: hij zit tegenover me. Het is een slijmer, een carrieremaker van het ergste soort. Formeel tshirt en netjes gepoetste sneakers en doelbewuste slappe glimlach op zijn gezicht genageld. De rest van de collega's viel mee. Veel slappe grappen, succeswensen, hahaha's, sterke's, laat je niet kisten's en andere opbeurende boodschappen.
Tijd voor de koffie. Met collega's in de koffiehoek een tijdlang koffie gedronken. Het leuke is dat er steeds weer mensen komen en gaan bij de koffiehoek, waardoor je steeds iemand anders hebt om mee te praten. Vreemd genoeg gingen de gesprekken vooral over de koffie zelf. Dat het bocht is en dergelijke en dat de vorige koffieapparaten veel beter waren. Ook de rituelen tijdens het koffiedrinken zijn een geval apart maar dit behandel ik in een speciale koffietalk-special want op de koffiepauze volgde de lunch. Ook de lunch is onderwerp voor een special.
Het einde van de lunchpauze. Gelukkig stond direct na de pauze al een collega bij de koffieautomaat waardoor wederom een aanzienlijk aantal kwartieren gevuld konden worden. Na een half uur in mijn eentje bij de koffiehoek te hebben gestaan ben ik toch maar naar mijn werkplek gegaan. Na aankomst op mijn werkplek was er echter wel een klein probleem: wat was mijn taak. Had ik beter op moeten letten? Ik kon me enkel iets herinneren met 'werkzaamheden verrichten'. Uit wanhoop ben ik maar een paar uur achter mijn PC gaan zetten en om 5 uur weggegaan. Tijdens de wandeltocht naar de trein werd ik opeens gegrepen door paniek! Was ik overspannen? Stress? RSI? Burn out? Je denkt: zoiets overkomt mij niet! Of toch?? Volgende keer meer....